woensdag, mei 01, 2013

Verkiezingen 2013

Ter gelegenheid van de verkiezingen voor de universiteitsraad 2013

Bart Beijer
Faculteit Rechtsgeleerdheid - Dienst Onderwijs en Studiebegeleiding
  • Beleidsmedewerker onderwijs (in het bijzonder m.b.t. kwaliteitszorg en onderwijs & ICT)
  • Lid van de universiteitsraad vanaf 2009
  • RUG Alumnus Persoonlijkheids- en Onderwijspsychologie
Uiteraard vóór kwaliteit van onderwijs en onderzoek, maar zéker ook voor kwaliteit van ondersteuning, en van beleid en besluitvorming. In een gemengde personeelsfractie gaat dat uitstekend samen!

Er valt iets te kiezen!
Dat is bij verkiezingen natuurlijk altijd het geval, maar nu meer dan anders. Onze lijst heeft 16 kandidaten met uiteenlopende achtergrond. Tien WP en zes OBP. Daar valt uit te kiezen. Wat onze lijst betreft gaat het simpelweg om het aantal stemmen per individu. Niemand is zeker van een plaats.
Maar daarnaast is er nu een 2e personeelslijst met slechts twee personen. De kracht van onze lijst is dat we ruimte bieden voor uiteenlopende geluiden én dat we elkaar kunnen aanvullen, omdat we bij zeer uiteenlopende dossiers deskundigheid in huis hebben. Die diversiteit heb ik tot nu toe als een groot voordeel ervaren. De komende jaren gaat het, naast enkele lopende reorganisaties, bijvoorbeeld om de maatregelen rond de prestatienormen, discussie over afstandsleren, en herziening van de reorganisatiecode. Enige ervaring in de raad is dan wel belangrijk. Zeker omdat met de nu vertrekkende leden al meer dan 20 jaar ervaring verloren gaat.
WP-OBP
Carel Stolker, rector magnificus van de Universiteit Leiden, zei onlangs –kort samengevat-, dat het een fout is ondersteunend personeel te beschouwen als overhead. Dat spreekt me zeer aan. Kwalitatief goed onderwijs en onderzoek vereisen ook een goede kwaliteit van ondersteuning. In die zin werk je bij een universiteit allemaal aan dezelfde zaak. Je moet gaan voor die verhouding en kwaliteit van ondersteuning, waarmee de kwaliteit van onderwijs en onderzoek het meest gebaat is.
Kwaliteitszorg
Zeer actueel na het recente bezoek van de commissie voor de instellingstoets kwaliteitszorg. Veel medewerkers beschouwen kwaliteitszorg als administratieve rompslomp. Dat kan het zijn, maar het hoeft niet. Ik vroeg laatst aan een aantal docenten wie van hen er slecht onderwijs wilde geven. Niemand natuurlijk. Als je goed bezig wilt zijn, zal je dat toch met enige regelmaat moeten checken. Relatief nieuw is dat universiteiten zich steeds meer moeten verantwoorden.
Een systeem van kwaliteitszorg moet drie dingen combineren: een transparant beeld geven van de kwaliteit, verbeteracties monitoren, en –last but not least- zorgen voor zo min mogelijk ‘overlast’, d.w.z. afleiding van het primaire proces.
Het onderwijs er over 10 jaar
Wie had 10 jaar geleden de impact van Facebook en Twitterverwacht. Nu zijn het dé communicatiemiddelen van de jeugd. Er zullen nieuwe ontwikkelingen komen die door onze toekomstige studenten normaal worden gevonden en waar we een antwoord op moeten hebben. Ook het open en online onderwijs zal een vlucht nemen. En hoe gaan studenten reageren op een leenstelsel? Sneller studeren om zo min mogelijk schuld te hebben, of meer werken naast de studie om dezelfde reden.
Naast de inhoudelijke en didactische kwaliteit, zijn er mijns inziens in elk geval drie uitdagingen: we moeten dicht bij de technische ontwikkelingen blijven, beter ingericht zijn op tijd-en-plaats-onafhankelijk leren, en het tempo er in houden. Dat laatste is wat mij betreft meer te bereiken met belonen van goed gedrag dan met straffen van uitstelgedrag.
Meer weten?
Zie onder andere mijn verkiezingsbrochure en columns.

vrijdag, januari 18, 2013

De ideale student

De ideale student? Kunnen wij die kennen? Ik kende haar al rond 1980, althans dat dacht ik. Ze had lang blond haar, geen hond – liefhebbers van het oeuvre van Hans Dorrestijn zullen dit aspect appreciëren – en we deelden in elk geval één interesse, want ze koos dezelfde studie als ik: de prachtige studie psychologie! Toch bleek ze minder ideaal dan ik dacht; een verkeerde smaak qua vriendjes ....
Tja, zoiets vergt natuurlijk tijd, studietijd wel te verstaan.
Dan de studentenpolitiek, de schaakclub, studentassistentschappen, een tijdelijk maar wel hardnekkig fysiek ongemak, en niet te vergeten de zogenaamde predoctorale depressie – een bekend fenomeen destijds- , want de arbeidsmarkt voor psychologen was suboptimaal. Dit alles vergt natuurlijk tijd, studietijd wel te verstaan.
Ondertussen haalde ik zo goed als al mijn tentamens – weinig recidive, om het maar zo te zeggen – maar niet al te snel. Kon dat allemaal maar? Ja, want we hadden ministers Pais en Deetman. Zij wilden de onderwijsstructuur veranderen – de twee fasen structuur, weet u nog? – en Deetman, de uitvoerder van de wet, was niet kinderachtig in zijn overgangsregeling; alle zittende studenten mochten nog 6 jaar studeren op dezelfde voorwaarden. U kunt wel raden dat dit niet bevorderlijk was voor het rendement. Niettemin is het gros van mijn studiegenoten waarschijnlijk wel goed terecht gekomen, en ik ben zelf ook niet ontevreden. In die tijd ontstond echter ook de kiem van de wet van Beijer. Kent u die?

2*FtF; de wisselwerking tussen Fun things First en First things First – Fun things gaan voor totdat de First things dichterbij komen, met een zeker omslagpunt. Mijn basishypothese voor een algemene theorie over menselijke tijdsbesteding. Verder uit te werken in ons onderwijs. Ook in ons onderwijs moeten/ kunnen we de fun- en first things inbouwen.
Het hiervoor gezegde is een mengeling van feiten en fictie, maar ik hoop dat u de strekking ervan oppakt. De tijdgeest is veranderd, studenten moeten studeren en terecht. We hebben nog steeds ministers, staatssecretarissen, en onderwijsbestuurders die de zaken willen veranderen. Soms met goede reden, ik wil niet per definitie negatief zijn, maar soms worden kwaliteit en rendement in de discussie op een onjuiste manier door elkaar gebruikt.
Mogen en kunnen studenten er ook nog dingen naast doen? Willen ze wel lenen om snel te studeren of gaan ze werken om iets langzamer te studeren? Hebben we binnenkort alleen nog maar werkstudenten, die zich te buiten gaan aan Massive Open Online Courses die mogelijk in de nabije toekomst ook tot diploma's zullen kunnen leiden.
Terug naar de ideale student. De beleidsmakers zitten momenteel niet erg ruim in hun overgangsregelingen, maar wel in hun maatregelen. Is de ideale student degene die zich conformeert aan onze eisen? Of de non- conformist, die misschien na de studie het meest gewild is? Vooralsnog is de ideale student degene die ons de prestatienormen doet halen, en ergens klinkt me dat onbevredigend in de oren.


N.B. Gesproken column, uitgesproken bij de workshop 'De ideale student' over decentrale selectie bij het 3e Landelijk Juridisch Jaarcongres in Leiden op 18 januari 2013