woensdag, november 30, 2011

Het vermogen der bilocatie

De recente discussie over neutrino’s die sneller gaan dan het licht deed me denken aan een ander natuurkundig fenomeen dat normaal gesproken niet tot de mogelijkheden behoort, namelijk het vermogen der bilocatie, of te wel het vermogen om op twee plaatsen tegelijk te zijn. Er is voor zover mij bekend één persoon die naar verluid over dit vermogen beschikte, en dat is schaakgrootmeester Hein Donner. Inderdaad familie van.

Wat was het geval? Het moet ongeveer als volgt gegaan zijn. Tijdens de schaakolympiade - het belangrijkste teamevenement in de schaakwereld - verscheen Donner niet achter zijn bord. De teamcaptain snelde naar de hotelkamer van de grootmeester, waar duidelijk werd dat deze zich verslapen had. Opgelucht dat de oorzaak van de vertraging gevonden was en dat de grootmeester inmiddels wakker was, ging de teamcaptain weer terug naar de toernooizaal, om daar tot zijn verbijstering Donner zo fit als een hoentje achter het bord aan te treffen. Naar aanleiding hiervan ging het gerucht rond dat Hein Donner zou beschikken over het vermogen der bilocatie.

Ik zou willen bepleiten dat de universiteit naast de loffelijke speerpunten healthy aging, sustainable society, en energy, ook het onderzoek naar het vermogen der bilocatie gaat stimuleren. Niet alleen is het een gedurfd onderwerp, waar de rest van de wereld van zal opkijken, en waar dus, net als met de neutrino's, goed mee te scoren valt. Maar er zijn ook vele praktische en commerciële toepassingen denkbaar indien het onderzoek naar het vermogen van bilocatie succesvol zou zijn.  Een kort lijstje met voorbeelden:


  • Het probleem dat deeltijdstudenten in de langstudeerdersregeling er net zo lang over mogen doen als voltijdstudenten hoeft geen probleem meer te zijn;
  • buitenlandse studenten en NL-studenten die naar het buitenland gaan kunnen moeiteloos aan de GBA voorwaarde voldoen om zodoende stijgende kosten te voorkomen;
  • de verkeerssituatie bij Zernike is opgelost omdat het rare van hot naar her reizen niet meer nodig is;
  • onoverkomelijke weersomstandigheden, zoals sneeuw en ijzel, ten tijde van tentamens zijn niet langer onoverkomelijk;
  • afwezig zijn bij vergaderingen wegens belangrijke andere gebeurtenissen is niet langer nodig.
Om er maar een paar te noemen. Het verplaatsingsprobleem blijft natuurlijk lastig, maar daarvoor is nu juist nader onderzoek nodig. Kortom, de gehele universitaire wereld, wat zeg ik, de gehele wereld zal er baat bij hebben en de RUG zal met stip stijgen op zo goed als alle ranglijsten.

Met een beetje doortastendheid van het College van Bestuur moet over een maand of vier het Institute for Multidisciplinary Bilocation Research (het IMBR) de poorten kunnen openen.

donderdag, september 01, 2011

Knip! Harde knip of slappe hap?

Eindelijk lijkt het zover dat het kroonjuweel ‘harde knip’ op het bouwwerk van de bachelor-master structuur geplaatst zal worden. We kunnen gerust gaan slapen, het werk is af. Hoewel? Dat is natuurlijk alleen maar zo tot het moment dat de volgende minister van onderwijs de kussens weer komt opschudden. Is er niet onlangs een prominent rapport geschreven waarin de decennia durende veranderdrift in het onderwijs aan de kaak werd gesteld? Maar uiteraard hoeft men daarvan niets te leren.
 
Wat is er nu eigenlijk aan de hand met die harde knip? Dan moeten we eerst nog even terug naar Bologna, waar de bachelor-master-structuur over heel Europa werd uitgegoten, met Nederland uiteraard weer als braafste leerling in de klas. Waarom was dat ook al weer nodig? In het kader van de internationalisering moest het onderwijs meer op elkaar gaan lijken, zodat uitwisseling van studenten makkelijker zou worden. Bovendien wist je dan wat je aan elkaar had, want van al die doctorandussen begrepen ze in het geprezen buitenland natuurlijk helemaal niets. Overigens, als het onderwijs overal op elkaar gaat lijken, waarom zou je dan nog willen uitwisselen? Maar dit terzijde. Eveneens terzijde de opmerking dat het onderwijs in Europa en zelfs binnen Nederland nog steeds onvergelijkbaar is. Het is zelfs alleen maar onduidelijker geworden, omdat het ondanks de verschillen nu wel dezelfde naam heeft en je dus helemaal niet meer weet wat de verschillen zijn.
Ook moest de opleiding dus gesplitst worden, dit keer in een bachelor –en volgens sommigen dan ook nog het liefst breed- en een master ter specialisatie. Hiermee is tegelijkertijd een merkwaardig soort scheiding ingevoerd, want anders dan voorheen is een 22 jarige bachelorstudent nu opeens een stuk minder intelligent dan een 23 jarige masterstudent. Waarom zou het anders ten strengste verboden zijn dat een bachelorstudent een mastervak zou mogen volgen? En nu moet dat met een harde knip nog harder verboden worden. En waarom? Omdat studenten anders helemaal niet te bewegen zijn om hun master elders te volgen. Juist. Waarom zouden ze dat overigens zo nodig moeten of willen? Natuurlijk, sommige studenten –inmiddels enige jaren ouder en beter wetend wat ze willen- kunnen er voor kiezen elders een andere specialisatie te volgen. Dat is prachtig en kon inderdaad vroeger minder makkelijk. Maar het gros van de studenten zal waarschijnlijk toch trouw blijven aan de instelling waar ze al zitten, waar ze inmiddels zijn doorgestroomd naar een fatsoenlijke kamer, waar ze niet direct wreed gescheiden worden van hun nieuwe liefde door opeens te moeten verhuizen, en –belangrijker- waar ze bijvoorbeeld door studentassistentschappen –die helaas veel te schaars zijn geworden, maar dit terzijde- een sterkere band kunnen krijgen met de wetenschappelijke staf.
 
Natuurlijk, ik weet dat op bovenstaande redeneringen wel wat af te dingen is en dat er vast wel voordelen aan de BaMa zullen zijn, maar die harde knip slaat bij opleidingen die logisch op elkaar aansluiten helemaal nergens op. En de rendementen zullen er geen spat beter van worden, hoogstens beter meetbaar, maar als dat het enige doel is….
Dus niet de slappe hap van de harde knip maar een zorgvuldig bereide maaltijd met een weldoordachte knip, soms dicht, soms open. Beredeneerd vanuit een visie op het onderwijs en niet vanuit de botte wens om de cijfertjes makkelijker te kunnen verzamelen.

dinsdag, mei 03, 2011

GeTwitter en GeYammer

Jazeker, ik heb een Twitteraccount (twee zelfs), een Facebook-account, een LinkedIn, een Hyves-account, een Plaxo-account, en sinds kort ook een Yammer account.

We Twitteren en Yammeren er op los tegenwoordig. Ik denk dat het wat mij betreft overigens wel meevalt. Met Plaxo doe ik helemaal niets, ik moet er van af, maar vergeet dat telkens te regelen. Ook Hyves is iets uit de oude doos en ik log alleen nog in als ik iets voorbij zie komen in de mail over activiteiten van familieleden. Mijn familie heeft namelijk een Hyvesgroep. Facebook gebruik ik voornamelijk voor het verzamelen van mijn schaakcontacten en LinkedIn idem voor werkcontacten. Niettemin verwatert dat scheidingsbeleid een beetje, omdat ik niet alleen zelf (af en toe) uitnodig, maar zelf ook (af en toe) uitgenodigd wordt. Dan is het ook zo lastig om te zeggen: ‘ik sla jouw uitnodiging voor LinkedIn af, maar je mag wel bij mijn Facebook’. Of vice versa.

Soms is het handig dat deze sites je herinneren aan iemands verjaardag, maar er zijn daarentegen ook verjaardagen die je helemaal niet wilt herinneren. In iemands contactenlijst staan is één ding, maar daarmee hoef ik nog niet per definitie ook in het verjaardagencircuit te zitten. Onlangs is Facebook nuttig geweest om één van de vele foutjes van één van de vele postbezorgingsbedrijven te corrigeren. De geadresseerde was mij volledig onbekend, maar via Facebook snel opgespoord. Een berichtje heen en weer en het verdwaalde poststuk kon alsnog op de beoogde bestemming terecht komen.
Ook heb ik Facebook en LinkedIn eens gebruikt om mijn contacten er op te wijzen dat ik sponsors zocht voor het schaken (mijn schaakfunctie staat ook op mijn LinkedIn CV, dus ik vond dat dit mocht). Het heeft een aantal sympathie betuigingen opgeleverd maar verder geen cent.
U mag dus concluderen dat ik er niet zo veel mee doe. Als u activiteiten van mij zoekt is de kans groot dat u ook één van mijn 100% naamgenoten vindt. Komt u een vreemde foto van mij tegen? De naamgenoten!

Passief yammeren doe ik ook, bij wijze van test. Yammer is iets nieuws en het is gekoppeld aan de bedrijfsmail. Dus alleen mailadressen eindigend op @rug.nl mogen meeYammeren binnen de RUG. Ik ben er nog niet uit of ik dat nuttig vind of voornamelijk lastig. ‘Dit alles met mate’ is mijn voorlopige conclusie.

Op Twitter staat bij mijn account:“deze Beijer laat geen tweten!” (mijn naamgenoten namelijk wel!). Op mijn schaakaccount tweet ikwel. Ik geef op die manier de tussenstanden van onze wedstrijden aan het thuisfront door.

In het onderwijs bij Rechtsgeleerdheid wordt bij sommige vakken Twitter en/of SMS gebruikt tijdens de colleges. Dit soort experimenten vind ik interessant. Het is een mogelijk succesvolle manier om bij massale colleges toch enige interactie te krijgen. De eerste ervaringen zijn positief. Ook bij voorlichtingsactiviteiten zijn de ervaringen tot nu positief. De verleiding is soms ook zeker aanwezig om werkgerelateerd wel eens een tweet te laten. Zeker als er Universiteitsraadtweten voorbij komen. En dan gaat het niet alleen over de door de studentenfracties gewaardeerde paaseitjes die door de rector werden uitgedeeld, omdat hij te laat was (portemonnee vergeten waardoor hij eerst terug naar huis moest, zo leerde Twitter ons tijdens de vergadering). Ook nieuwsberichten betreffende het hoger onderwijs en de dreigende bezuinigingen verspreiden zich razendsnel. Zeker handig. En zeker ook nu, met de verkiezingen in aantocht. Zoek ze op, die U-raadsleden, volg ze en reageer! En misschien, hééél misschien zal ik ook heel soms een klein tweetje laten.
3 mei 2011