woensdag, november 30, 2011

Het vermogen der bilocatie

De recente discussie over neutrino’s die sneller gaan dan het licht deed me denken aan een ander natuurkundig fenomeen dat normaal gesproken niet tot de mogelijkheden behoort, namelijk het vermogen der bilocatie, of te wel het vermogen om op twee plaatsen tegelijk te zijn. Er is voor zover mij bekend één persoon die naar verluid over dit vermogen beschikte, en dat is schaakgrootmeester Hein Donner. Inderdaad familie van.

Wat was het geval? Het moet ongeveer als volgt gegaan zijn. Tijdens de schaakolympiade - het belangrijkste teamevenement in de schaakwereld - verscheen Donner niet achter zijn bord. De teamcaptain snelde naar de hotelkamer van de grootmeester, waar duidelijk werd dat deze zich verslapen had. Opgelucht dat de oorzaak van de vertraging gevonden was en dat de grootmeester inmiddels wakker was, ging de teamcaptain weer terug naar de toernooizaal, om daar tot zijn verbijstering Donner zo fit als een hoentje achter het bord aan te treffen. Naar aanleiding hiervan ging het gerucht rond dat Hein Donner zou beschikken over het vermogen der bilocatie.

Ik zou willen bepleiten dat de universiteit naast de loffelijke speerpunten healthy aging, sustainable society, en energy, ook het onderzoek naar het vermogen der bilocatie gaat stimuleren. Niet alleen is het een gedurfd onderwerp, waar de rest van de wereld van zal opkijken, en waar dus, net als met de neutrino's, goed mee te scoren valt. Maar er zijn ook vele praktische en commerciële toepassingen denkbaar indien het onderzoek naar het vermogen van bilocatie succesvol zou zijn.  Een kort lijstje met voorbeelden:


  • Het probleem dat deeltijdstudenten in de langstudeerdersregeling er net zo lang over mogen doen als voltijdstudenten hoeft geen probleem meer te zijn;
  • buitenlandse studenten en NL-studenten die naar het buitenland gaan kunnen moeiteloos aan de GBA voorwaarde voldoen om zodoende stijgende kosten te voorkomen;
  • de verkeerssituatie bij Zernike is opgelost omdat het rare van hot naar her reizen niet meer nodig is;
  • onoverkomelijke weersomstandigheden, zoals sneeuw en ijzel, ten tijde van tentamens zijn niet langer onoverkomelijk;
  • afwezig zijn bij vergaderingen wegens belangrijke andere gebeurtenissen is niet langer nodig.
Om er maar een paar te noemen. Het verplaatsingsprobleem blijft natuurlijk lastig, maar daarvoor is nu juist nader onderzoek nodig. Kortom, de gehele universitaire wereld, wat zeg ik, de gehele wereld zal er baat bij hebben en de RUG zal met stip stijgen op zo goed als alle ranglijsten.

Met een beetje doortastendheid van het College van Bestuur moet over een maand of vier het Institute for Multidisciplinary Bilocation Research (het IMBR) de poorten kunnen openen.

donderdag, september 01, 2011

Knip! Harde knip of slappe hap?

Eindelijk lijkt het zover dat het kroonjuweel ‘harde knip’ op het bouwwerk van de bachelor-master structuur geplaatst zal worden. We kunnen gerust gaan slapen, het werk is af. Hoewel? Dat is natuurlijk alleen maar zo tot het moment dat de volgende minister van onderwijs de kussens weer komt opschudden. Is er niet onlangs een prominent rapport geschreven waarin de decennia durende veranderdrift in het onderwijs aan de kaak werd gesteld? Maar uiteraard hoeft men daarvan niets te leren.
 
Wat is er nu eigenlijk aan de hand met die harde knip? Dan moeten we eerst nog even terug naar Bologna, waar de bachelor-master-structuur over heel Europa werd uitgegoten, met Nederland uiteraard weer als braafste leerling in de klas. Waarom was dat ook al weer nodig? In het kader van de internationalisering moest het onderwijs meer op elkaar gaan lijken, zodat uitwisseling van studenten makkelijker zou worden. Bovendien wist je dan wat je aan elkaar had, want van al die doctorandussen begrepen ze in het geprezen buitenland natuurlijk helemaal niets. Overigens, als het onderwijs overal op elkaar gaat lijken, waarom zou je dan nog willen uitwisselen? Maar dit terzijde. Eveneens terzijde de opmerking dat het onderwijs in Europa en zelfs binnen Nederland nog steeds onvergelijkbaar is. Het is zelfs alleen maar onduidelijker geworden, omdat het ondanks de verschillen nu wel dezelfde naam heeft en je dus helemaal niet meer weet wat de verschillen zijn.
Ook moest de opleiding dus gesplitst worden, dit keer in een bachelor –en volgens sommigen dan ook nog het liefst breed- en een master ter specialisatie. Hiermee is tegelijkertijd een merkwaardig soort scheiding ingevoerd, want anders dan voorheen is een 22 jarige bachelorstudent nu opeens een stuk minder intelligent dan een 23 jarige masterstudent. Waarom zou het anders ten strengste verboden zijn dat een bachelorstudent een mastervak zou mogen volgen? En nu moet dat met een harde knip nog harder verboden worden. En waarom? Omdat studenten anders helemaal niet te bewegen zijn om hun master elders te volgen. Juist. Waarom zouden ze dat overigens zo nodig moeten of willen? Natuurlijk, sommige studenten –inmiddels enige jaren ouder en beter wetend wat ze willen- kunnen er voor kiezen elders een andere specialisatie te volgen. Dat is prachtig en kon inderdaad vroeger minder makkelijk. Maar het gros van de studenten zal waarschijnlijk toch trouw blijven aan de instelling waar ze al zitten, waar ze inmiddels zijn doorgestroomd naar een fatsoenlijke kamer, waar ze niet direct wreed gescheiden worden van hun nieuwe liefde door opeens te moeten verhuizen, en –belangrijker- waar ze bijvoorbeeld door studentassistentschappen –die helaas veel te schaars zijn geworden, maar dit terzijde- een sterkere band kunnen krijgen met de wetenschappelijke staf.
 
Natuurlijk, ik weet dat op bovenstaande redeneringen wel wat af te dingen is en dat er vast wel voordelen aan de BaMa zullen zijn, maar die harde knip slaat bij opleidingen die logisch op elkaar aansluiten helemaal nergens op. En de rendementen zullen er geen spat beter van worden, hoogstens beter meetbaar, maar als dat het enige doel is….
Dus niet de slappe hap van de harde knip maar een zorgvuldig bereide maaltijd met een weldoordachte knip, soms dicht, soms open. Beredeneerd vanuit een visie op het onderwijs en niet vanuit de botte wens om de cijfertjes makkelijker te kunnen verzamelen.

dinsdag, mei 03, 2011

GeTwitter en GeYammer

Jazeker, ik heb een Twitteraccount (twee zelfs), een Facebook-account, een LinkedIn, een Hyves-account, een Plaxo-account, en sinds kort ook een Yammer account.

We Twitteren en Yammeren er op los tegenwoordig. Ik denk dat het wat mij betreft overigens wel meevalt. Met Plaxo doe ik helemaal niets, ik moet er van af, maar vergeet dat telkens te regelen. Ook Hyves is iets uit de oude doos en ik log alleen nog in als ik iets voorbij zie komen in de mail over activiteiten van familieleden. Mijn familie heeft namelijk een Hyvesgroep. Facebook gebruik ik voornamelijk voor het verzamelen van mijn schaakcontacten en LinkedIn idem voor werkcontacten. Niettemin verwatert dat scheidingsbeleid een beetje, omdat ik niet alleen zelf (af en toe) uitnodig, maar zelf ook (af en toe) uitgenodigd wordt. Dan is het ook zo lastig om te zeggen: ‘ik sla jouw uitnodiging voor LinkedIn af, maar je mag wel bij mijn Facebook’. Of vice versa.

Soms is het handig dat deze sites je herinneren aan iemands verjaardag, maar er zijn daarentegen ook verjaardagen die je helemaal niet wilt herinneren. In iemands contactenlijst staan is één ding, maar daarmee hoef ik nog niet per definitie ook in het verjaardagencircuit te zitten. Onlangs is Facebook nuttig geweest om één van de vele foutjes van één van de vele postbezorgingsbedrijven te corrigeren. De geadresseerde was mij volledig onbekend, maar via Facebook snel opgespoord. Een berichtje heen en weer en het verdwaalde poststuk kon alsnog op de beoogde bestemming terecht komen.
Ook heb ik Facebook en LinkedIn eens gebruikt om mijn contacten er op te wijzen dat ik sponsors zocht voor het schaken (mijn schaakfunctie staat ook op mijn LinkedIn CV, dus ik vond dat dit mocht). Het heeft een aantal sympathie betuigingen opgeleverd maar verder geen cent.
U mag dus concluderen dat ik er niet zo veel mee doe. Als u activiteiten van mij zoekt is de kans groot dat u ook één van mijn 100% naamgenoten vindt. Komt u een vreemde foto van mij tegen? De naamgenoten!

Passief yammeren doe ik ook, bij wijze van test. Yammer is iets nieuws en het is gekoppeld aan de bedrijfsmail. Dus alleen mailadressen eindigend op @rug.nl mogen meeYammeren binnen de RUG. Ik ben er nog niet uit of ik dat nuttig vind of voornamelijk lastig. ‘Dit alles met mate’ is mijn voorlopige conclusie.

Op Twitter staat bij mijn account:“deze Beijer laat geen tweten!” (mijn naamgenoten namelijk wel!). Op mijn schaakaccount tweet ikwel. Ik geef op die manier de tussenstanden van onze wedstrijden aan het thuisfront door.

In het onderwijs bij Rechtsgeleerdheid wordt bij sommige vakken Twitter en/of SMS gebruikt tijdens de colleges. Dit soort experimenten vind ik interessant. Het is een mogelijk succesvolle manier om bij massale colleges toch enige interactie te krijgen. De eerste ervaringen zijn positief. Ook bij voorlichtingsactiviteiten zijn de ervaringen tot nu positief. De verleiding is soms ook zeker aanwezig om werkgerelateerd wel eens een tweet te laten. Zeker als er Universiteitsraadtweten voorbij komen. En dan gaat het niet alleen over de door de studentenfracties gewaardeerde paaseitjes die door de rector werden uitgedeeld, omdat hij te laat was (portemonnee vergeten waardoor hij eerst terug naar huis moest, zo leerde Twitter ons tijdens de vergadering). Ook nieuwsberichten betreffende het hoger onderwijs en de dreigende bezuinigingen verspreiden zich razendsnel. Zeker handig. En zeker ook nu, met de verkiezingen in aantocht. Zoek ze op, die U-raadsleden, volg ze en reageer! En misschien, hééél misschien zal ik ook heel soms een klein tweetje laten.
3 mei 2011

donderdag, juli 29, 2010

IZombie, of hoe de evolutie wellicht een vreemd staartje krijgt….

Toen Bayern München afgelopen voorjaar Duits kampioen werd (‘We zijn niet alleen de besten van München, we zijn ook de besten van Dortmund, van Stuttgart, Bremen, van Hamburg en Berlijn’) zei een radioverslaggever iets als: ’Als Louis van Gaal zou zijn geboren in München, zou hij in Lederhosen zijn geboren’. Ik vond het beeld geen prettig beeld en het is maar goed dat het niet kan. Hoewel, hoe lang nog?

’s Ochtends vroeg op één van drukste fietspaden van Europa – de Korreweg – fietst een jonge blondine op het midden van het fietspad richting Noorderplantsoen. Inhalen is dus lastig, de fietsbel helpt niet, want er komen twee draadjes uit haar oren, en ze is in de weer met haar IPod of aanverwant apparaat. Moeiteloos passeert ze de irritant opgestelde Jumbo-vrachtwagen die zo meteen voor de neus van de politie tegen de rijrichting in de Jumbo op de Beren gaat bevoorraden. Dan nadert ze het gevaarlijkste kruispunt van Nederland. Ben benieuwd. Pats! Zonder blikken of blozen schiet ons zombiemeisje tussen twee auto’s door, haar weg vervolgend naar onbekende bestemming, de achteropkomende fietsers met de schrik achterlatend.

Een knap IZombie-meisje blijft natuurlijk wat langer in het mannelijk geheugen hangen – dat schijnt genetisch bepaald te zijn, las ik laatst – en daarom heb ik haar hier als voorbeeld opgevoerd. Maar je ziet het steeds meer. Voornamelijk jongeren, maar niet alleen. Ook oudere jongeren suizen steeds vaker met draadjes uit de oren over het fietspad. Vaak gaat het dan om fietsforenzen, die de dagelijkse monotone route naar en van het werk willen opvrolijken. Bij jongeren speelt er nog een ander fenomeen. Soms beginnen ze opeens, bijvoorbeeld in Albert Heijn, tegen hun draadjes te praten. Het draadje bevat dan een microfoontje en aan het andere uiteinde is een smartphone annex IPod ingeplugd. Ik heb er begrip voor, het is natuurlijk vreselijk om even onbereikbaar te zijn, en je zou daardoor maar net een belangrijk telefoontje over ditjes en datjes moeten missen.

Binnenkort barst de KEI weer los. De nieuwe eerstejaars zullen de stad weer overspoelen en de ouderejaars en ex-studenten, die in Stad zijn blijven hangen, zullen vertederd toekijken. Helaas zal het aantal openbaar geraadpleegde stadsplattegronden – zo kenmerkend voor de KEI – afnemen, die staan immers op je smartphone! Geen van de betrokkenen kan vermoeden dat het hier een historische generatie betreft. Onder de kinderen van de aanstaande eerstejaars zal de eerste baby geboren worden met draadjes uit de oren. Waar de verloskundige nog in alle spoed de specialist er bij gaat halen, kijken de jonge ouders elkaar verrast aan: ‘Goh, wat handig, je hoeft em alleen nog maar in te pluggen!’.

Een nieuwe stap in de evolutie is aanstaande. Welkom in Groningen!

dinsdag, februari 02, 2010

Klaar? Over!

Soms denk je dat nog niet helemaal wakker bent als je ’s ochtends je mail leest. Stond dat er nu echt? “Klaarovers in de ochtendspits op Blauwborgje. Met ingang van a.s. dinsdag zullen er regelmatig klaarovers worden ingezet bij de toegangsweg naar de nieuwe College- en Tentamenhal. Het is de bedoeling om de studenten de kans te geven om veilig over te steken in de drukke ochtendspits.”
Ach, wat een tijden waren dat. De kleine kindertjes staan te dringen op de stoeprand tot een vertrouwenwekkend persoon vraagt ‘klaar’? Enthousiast knikt ieder ‘ja, ja, wij zijn er klaar voor’. Dan klinkt het verlossende woord: ‘over!’. En los gaan ze. Op weg naar school waar ze nog veel moeten leren over de grote mensen wereld.

En nu gaat de RUG klaarovers inzetten om de studenten veilig bij de collegezaal te krijgen. Het moet niet gekker worden. Eerst legt de gemeente Groningen een verkeerssituatie aan waarvan je al bij de aanleg kunt zeggen (en dat deed ik) dat het idioot is en tot ongelukken zal leiden. Dat is dan ook gebeurd. Vervolgens klaagt de RUG bij de gemeente over de gevaarlijke situatie. De gemeente reageert: “Helaas hebben wij weinig invloed op het gedrag van de verkeersdeelnemers, waardoor er altijd nog onnodig vaak ongelukken plaatsvinden”.
Juist met de aanleg van een verkeerssituatie kun je bij uitstek het gedrag van de verkeersdeelnemers beïnvloeden! Nu legt de gemeente wel vaker vreemde situaties aan. De kop van de Korreweg is er één van. Niet alleen rijden de bevoorradingsauto’s van Jumbo regelmatig in de ochtendspits voor de neus van de politie tegen de rijrichting in, en slaat de politie met grote regelmaat af op een plek waar dat helemaal niet mag (behalve kennelijk voor de politie), maar los daarvan is het kruispunt gekroond tot het gevaarlijkste kruispunt van Nederland. En ook de situatie bij de Herman Colleniusbrug mag er zijn. Je vraagt je toch af wie dit soort situaties verzint en welke geestesgesteldheid zo iemand heeft. Volgens mij hebben we hierbij de RUG een afdeling Verkeerspsychologie. Zou het niet verstandig zijn om die ook wat vaker in te schakelen?

Wat als er ongeluk gebeurt op zo’n inherent onveilige situatie. Is de gemeente dan niet mede aansprakelijk? Ik ben geen jurist, maar het lijkt me een interessante casus. De gemeente stelt dat mensen beter moeten uitkijken. Getuigen-deskundigen stellen dat mensen niet onfeilbaar zijn en dus af en toe fouten maken. De letselschadeadvocaat stelt vervolgens dat de gemeente door de aanleg van die inherent onveilige verkeerssituatie in combinatie met de wetenschap van de feilbare mens kon weten dat er daardoor ongelukken zouden gebeuren en dus mede verantwoordelijk is.
Recent las ik dat er op enkele locaties in Groningen plannen zijn voor het inrichten van een zogenaamde ‘shared space’ waar de verkeersdeelnemers het principe zelf moeten uitzoeken hoe ze veilig de juiste richting vinden. Gedachte is waarschijnlijk dat je een verkeerssituatie zo onveilig moet maken dat mensen wel uit moeten kijken. Wie hier over nadenkt zou eens op zaterdagmiddag met de fiets door Folkingestraat moeten proberen te rijden.
Ik verwacht dat er de komende jaren veel meer klaarovers in het straatbeeld zullen verschijnen.

2 februari 2010

woensdag, december 09, 2009

De bezetting, 'moutarde après le dîner'

De medewerkers van de universiteit deden wat lacherig. Een bezetting? Goh, das lang geleden. Weet je nog toen...... En daarna kwamen de verhalen over goede oude tijden. Dit alles bij de verse koffie die gastvrij geschonken werd in de nabije kantine van de Faculteit Wijsbegeerte, waar een deel van de u-raadsleden zich verzameld had en waar men -en passant- ook een mooie schaaktafel heeft staan!

Het bestuursgebouw OB44 was bezet, net op het moment dat de U-raad wilde vergaderen. De U-raad? Ja, de universiteitsraad, het medezeggenschapsorgaan op RUG niveau, waar zowel studenten als medewerkers in vertegenwoordigd zijn. Het zou slecht gaan met de medezeggenschap en al zeker met het Harmoniemodel daarbinnen, dat door het College van Bestuur onder aanvoering van Poppema de nek om zou zijn gedraaid. En mede daarom een bezetting.
Ik ben nog nieuw in de U-raad en kan dus moeilijk vergelijken, maar het is niet abnormaal dat er bij een bestuurswisseling dingen veranderen. De ene bestuurder is de andere niet en Poppema is Kuipers niet. En als de bestuursstijl al anders is dan voorheen, dan moet de medezeggenschapsraad zich gewoon aanpassen en goed blijven opletten. Wat het Harmoniemodel ook precies inhoudt, het betekent vast niet dat over alles consensus moet zijn. Natuurlijk is en blijft het wel mooi om dat na te streven.

Terug naar de bezetting, de 'wilde' actie, die tegelijkertijd georganiseerd werd met een kleine demonstratie op het Broerplein (waar waren die 2000 tegenstemmers bij het BSA referendum?). Overigens stonden de demonstratie en de bezetting organisatorisch volledig los van elkaar. Niet handig om tijdens een demonstratie tegelijk ook een bezetting te plannen. Als de bezetters bij de demonstratie waren geweest, dan was het daar toch weer wat drukker geweest.
Hoewel ook de ontwikkelingen in het hoger onderwijs in het algemeen aan bod kwamen was het BSA toch de voornaamste aanleiding van deze toevallig samenvallende acties. Het College heeft haast met het BSA. Niet voor niets riep ik in een eerdere column de vraag op of 'Sybrand op z'n BSA' niet te hard zou rijden, want met Bertus en Tinus naar de motorcross was het ook niet zo goed afgelopen, daar op het 'Hengelse zand'. In oktober was echter de voorlopige beslissing voor een BSA de U-raad gepasseerd. Een meerderheid van de raad was daar voor. Vervolgens werd er met een voor de RUG ongekende daadkracht een stuurgroep benoemd -waarin ook de criticasters waren opgenomen- om de randvoorwaarden te benoemen (o.a. goed onderwijs in het eerste jaar, een evaluatie van de belangrijkste maatregelen, een heldere en voor alle partijen begrijpelijke procedure, en zelfs enige aandacht voor bestuursfuncties voor tweede jaars die de P nog niet behaald hebben). Deze stuurgroep met vertegenwoordigers van alle faculteiten ging zeer voortvarend en harmonieus aan het werk. 'Adequaat' was zelfs één van de gevleugelde benamingen van de werkzaamheden binnen één van de subgroepen. Als het College deze werkwijze beschouwt als uiting van het Harmoniemodel, dan mag het College daar van mij mee doorgaan. Maar uiteraard alleen bij heikele en omvangrijke onderwerpen, want anders slaat het agendatechnisch gesproken wel een beetje door. In de eerste week van december liggen de randvoorwaarden bij de faculteiten voor een reactie en in december staat het resultaat van de stuurgroep weer op de agenda van de raad. In januari moet dan blijken welke opleidingen aan de randvoorwaarden voldoen.

Kortom, de bezetters hebben voor elkaar gekregen dat het College zaken heeft toegezegd, die al lang in de medezeggenschap waren toegezegd. De medezeggenschap kan haar eigen boontjes wel doppen. Het seintje naar Den Haag kan bezetter Boris op zijn CV bijschrijven, maar verder niets nieuws. De spreektijd in de U-raad had men ook zonder een bezetting gekregen. Dat mag namelijk normaal ook al. Gewoon aanvragen. Sterker nog, zonder de bezetting was men nog op tijd geweest om de U-raad toe te spreken, nu was men om 16.50u. toch echt te laat.
Ook bezettingen zijn niet meer wat ze geweest zijn.

donderdag, oktober 01, 2009

De BSA

The Business Software Alliance, the Boy Scouts of America, the British Surfing Association, the British Sociological Association, the Boston Society of Architects, The Botanical Society of America, BSA Schaderegeling, BSA Vloeren Assen, Plasterk bekijkt BSA!

Eindelijk, daar is ie dan, de BSA, de Bindende Studie Afwijzing. En niet ‘het BSA’, want een bindend advies klinkt nergens naar. Hoe zat het ook al weer met die BSA. Ik weet nog dat Bertus op z’n Norton zat en Tinus op z’n BSA. Ze gingen naar het Hengelse zand en ze gingen oerend hard, maar er ging onderweg geloof ik iets mis. Iemand had de snelheid van de BSA onderschat. Of reed de BSA gewoon te hard? Hoe dan ook, van die lui hoorden we nooit meer wat van. Zoiets was het.
Rijden Sybrand, Frans en Koos nu ook te hard? Volgens sommigen wel. Als je de UK leest en de geluiden binnen de faculteiten hoort dan is alles al in kannen en kruiken, en dat werd in de U-raad niet erg gewaardeerd. Met name de studentenfracties –in het bijzonder de SOG- brachten dit ongenoegen in krachtige bewoordingen naar voren. In de commissievergadering en in de U-raad brachten Sybrand Poppema en Frans Zwarts het anders. Het College heeft een sterk voornemen dan wel een sterke mening om het op een bepaalde manier te doen. De U-raad zou van goede huize moeten komen om het College van een ander standpunt te overtuigen. Niets mis mee en zeer herkenbaar, ik heb doorgaans ook een sterk vertrouwen in mijn eigen mening. En gelukkig komt de U-raad van goeden huize (figuurlijk dan, want in de letterlijke betekenis heb ik geen inzage), dus het kan nog leuk worden.

Laten we de ‘waarom’-vraag maar weer eens stellen. Waarom eigenlijk een BSA?
1 – Omdat de rest het ook doet. Met dat argument heeft nog geen lemming de val van de kliffen overleefd, maar er zit iets in. Tenslotte willen we niet het afvoerputje van universitair Nederland worden. Integendeel, we willen graag studenten die lachen om de BSA. Het weg kunnen sturen van studenten die erg slechte resultaten behalen is mogelijk/waarschijnlijk voor alle partijen een goede zaak. Behalve als er daarna bezuinigd wordt op personeel, omdat er minder studenten overblijven.
2 – Omdat we iets aan de rendementen moeten doen. Tricky. De relatie tussen rendement en kwaliteit (en die willen we ook) is niet eenvoudig. Zo zouden we met een erg laag rendement toch een geweldige kwaliteit kunnen afleveren bij degenen die er wel door komen. Maar als de rendementen dan omhoog moeten, is de BSA daarvoor dan het geëigende middel? Misschien werken andere middelen wel beter? En over welk rendement hebben we het? Een BSA zal het rendement van het startcohort waarschijnlijk geen spat beter maken, maar van het cohort herinschrijvers na één jaar zeker wel. Zoals altijd is het dus een kwestie van zorgvuldig definiëren en formuleren.
Met name het uitvoeringsvoorstel zal de discussie bepalen. Hoe hoog leggen we de lat en ligt die lat bij alle faculteiten even hoog. Welke fout hebben we het liefst: de ‘false negatives’ (ten onrechte weggestuurd) of de ‘false positives’ (ten onrechte doorgelaten)?

Bij het U-raad- en College-uitje heeft het College de boot weer veilig teruggebracht naar de haven, maar hoe hard gaan ze op de BSA? In elk geval kunnen ze daarbij beter het knooppunt Zernike vermijden, want daar is het risico op een crash niet onaanzienlijk.

zondag, augustus 15, 2004

Cruisen in Friesland

Als enig actief lid en oprichter van de VVAR (de Vereniging Voor Autoloze Rijbewijshouders) huur ik sinds een jaar of vijf -toen ik middels enige lessen van mijn ruim 20 jaar nietgebruikte rijbewijs weer een echt rijvaardigheidsbewijs maakte- een auto, en zo ook het afgelopen weekend. Dit keer voor een bezoek aan de schoonfamilie in de polder. Sinds wanneer is er overigens een verbod gekomen op het gebruik van de richtingaanwijzer bij het inhalen? Ik was zo ongeveer de enige die dat wel deed.
Op de terugweg naar Groningen besloten we in Friesland voor een dorpjescruise te kiezen. Prachtige namen: Katlijk, Jubbega (3x), Bontebok. Ergens in die buurt stond een onbemensde traktor (=trekker, hoe schrijf je zoiets?) op de weg. Dit tot ongenoegen van een camper en een tegenligger, die er een wedstrijdje 'Wie heeft de grootste Tuuttuut' van maakten. Kennelijk was het de tegenligger want de camper moest achteruit. Lastig, want daar stonden wij! Beide bestuurders verdienen daarmee de gedeelde eerste plaats in het klassement Hork van de Dag!

vrijdag, augustus 13, 2004

Een mooie overwinning met kleine middelen!

[Event "Cafe de Bres"]
[Date "2004.08.12"]
[White "Beijer, Bart"]
[Black "Kloosterman, Henk"]
[Result "1-0"]
[ECO "B32"]

1. e4 c5 2. Nf3 Nc6 3. d4 cxd4 4. Nxd4 e5 5. Nb5 a6 6. Nd6+ Bxd6 7. Qxd6 Qe7 8. Qd1 Nf6 9. Nc3 h6 10. Nd5 Nxd5 11. exd5 Qb4+ 12. c3 Qe4+ 13. Be3 Ne7 14. c4 d6 15. Qd3 Qxd3 16. Bxd3 Bf5 17. Kd2 Bxd3 18. Kxd3 f5 19. f3 f4 20. Bf2 Kd7 21. Bb6 Nc8 22. Bf2 Ne7 23. a4 b5 24. axb5 axb5 25. b3 bxc4+ 26. bxc4 Rhb8 27. Rhc1 Rb3+ 28. Kc2 Rab8 29. Ra7+ Ke8 30. Ra2 R3b4 31. Kd3 Rb3+ 32. Rc3 Rb233. Rca3 Rb1 34. Ra8 R1b3+ 35. Ke4 R3b4 36. Rxb8+ Rxb8 37. Be1 Rb3 38. Bd2 Ng8 39. c5 Rb5 40. cxd6 Nf6+ 41. Kxe5 Kf7 42. Ra7+ Kg6 43. Bxf4 Rxd5+ 44. Ke6 Rd1 45. Ra3 Re1+ 46. Re3 Rd1 47. Be5 Nd5 48. Re4 Nf6 49. Bxf6 gxf6 Rd2 49. Rg4+ Kh5 50. Rxg7 Nf6 51. Kxf6 1-0

zaterdag, mei 11, 2002

Una Gironingen Particulare

Start van de Giro d’Italia in Groningen, een korte fotoreportage.

woensdag, juni 06, 2001

Mijn eerste computer


We schrijven 1985, Atari brengt de ST260 op de markt, als ik me niet vergis een van de eerste thuiscomputers met muis. Een jaar later is mijn studie als gevolg van een opspelende darm en een pre-doctorale depressie in een dipje geraakt. Om te voorkomen dat mijn nog te schrijven scriptie in vele versies overgetypt zal moeten worden -hetgeen de motivatie niet ten goede zou komen- besluit ik tot de aanschaf van een computer en kruist de Atari ST mijn pad.
Een toetsenbord annex computer (zonder harddisk), een diskdrive (single-sided diskettes met maar liefst 360.000 bytes ruimte) een monochroom monitor, en een wonder van een muis. Zie daar de Atari ST 260.
Met prachtige software: een tekstverwerker die alles doet wat ik wil, een tekenprogramma, een schaakprogramma (PSION Chess), een bioritmeprogramma (mijn bioritme houdt plotsklaps op op 31 december 2099, maar dat zal wel een millenniumbugje zijn), en natuurlijk Eliza (mijn eigen persoonlijk psychiaters assistente, maar helaas niet al te slim).
Inmiddels schrijven we 2001. De Atari staat al jaren op zolder. Opgeborgen maar niet vergeten, want ik heb er veel plezier aan gehad. Het systeem heeft het niet gehaald. Nu schrijf  ik op een 'Windows 98 met pentium III inside'-machine het laatste eerbetoon aan mijn Atari ST. Nog één keer print ik de pennevruchten uit van mijn eerste computertijdperk (tot verwondering van de kat die nog nooit een matrixprinter heeft gezien). Rest nog de laatste tocht: naar Allard Schaap's Computermuseum Groningen.
woensdag 6 juni 2001